Dit is les 5 van de 6. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.
Naar les 1: Wat een volk binnenhaaltLes 5 · Dracht, voeding en voorraad
Voorraad beoordelen
3 min lezen
Terug naar dat volk uit de vorige les, half juni, met een kast die lichter aanvoelt dan twee weken terug. Iemand vraagt of het genoeg voer heeft. Je hebt vorige week gekeken en het zag er goed uit. Is dat een antwoord?
Nee, want "het zag er goed uit" laat zich over twee weken niet vergelijken met wat je dan ziet.
Er zijn drie manieren om voorraad te beoordelen, en twee ervan kun je meteen gebruiken.
Tillen kost je niets en het volk ook niet. Je pakt de kast aan de achterkant beet en tilt hem een paar centimeter op. Dat geeft geen kilo's maar wel een gevoel, en dat gevoel wordt bruikbaar zodra je het vaak doet. Leer het aan in het najaar, wanneer je zeker weet dat de kast vol zit, en vergelijk de rest van het jaar daartegen.
Wegen met een of een weegschaal onder de kast is het nauwkeurigst. Het maakt vooral het verloop zichtbaar, en dat is waar het om gaat: een kast die in een week twee kilo lichter wordt, vertelt je meer dan een kast die vandaag toevallig achttien kilo weegt.
Op het raam kijken is de derde, en die vraagt meer van je. De honing zit als een boog langs de boven- en zijranden van de broedramen. Is die boog dik, dan zit er ruim in. Is hij weg en loopt het broed door tot in de hoeken, dan leeft dit volk van de hand in de tand, hoe sterk het er verder ook uitziet. Dit is de scherpste van de drie, maar je moet er een kast voor openen en een raam voor kunnen lezen, en dat is precies wat de volgende module je leert.

Voor nu is dat geen gemis. Tillen en wegen doe je van buitenaf, zo vaak als je wilt, en ze kosten het volk geen warmte.
Zo redeneert een ervaren imker die twijfelt:
- 1.
Dit zie ik: een kast die bij het tillen duidelijk lichter aanvoelt dan zijn buren.
- 2.
Dit zegt mij: hier is meer verbruikt of minder gehaald dan bij de rest.
- 3.
Dit weet ik nog niet: hoeveel er precies in zit, want tillen geeft een gevoel en geen getal.
- 4.
Daarom controleer ik: hoeveel hij precies weegt met de unster, en ik noteer dat.
- 5.
Op basis daarvan besluit ik: over een week opnieuw wegen, want pas dan weet ik of hij snel interen is of gewoon lichter dan de buren.
Noteer wat je vaststelt. Voorraad is bij uitstek iets waarbij het verloop telt en niet de momentopname, en verloop bestaat alleen als je twee metingen naast elkaar kunt leggen.
Even controleren of je het begrijpt
Je wilt leren wat een kast hoort te wegen door hem te tillen. Wanneer kun je dat het beste aanleren?
Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.
