Imkerwoordenboek
Imkers hebben een eigen taal. Wie net begint hoort woorden als moer, aflegger en broedstop voorbijkomen alsof iedereen weet wat ze betekenen. Hier staat het gewoon uitgelegd, zonder dat je het hoeft te vragen.
In onze artikelen staat een stippellijn onder deze woorden. Ga er met de muis overheen of tik erop, dan zie je de uitleg meteen naast de tekst.
61 begrippen
Begrippen met de letter A
- aflegger
- Een nieuw volk dat de imker zelf maakt door ramen met broed, bijen en voer uit een…(ook wel: afleggers, veger, kunstzwerm)
- alcoholwassing
- Een telmethode waarbij een monster van ongeveer honderd bijen in alcohol wordt geschud,…(ook wel: alcoholwas, wasmethode)
- Amerikaans vuilbroed
- Een zeer besmettelijke bacteriële broedziekte die meldingsplichtig is.(ook wel: AVB)
- ammebij
- Een werkster van ruwweg drie tot twaalf dagen oud, met werkende voerklieren, die de…(ook wel: ammebijen, voedsterbij, voedsterbijen)
Begrippen met de letter B
- bijenbrood
- Stuifmeel dat bijen in cellen aanstampen en laten fermenteren, waardoor het langer…
- biotechnisch
- Ingrijpen tegen varroa zonder middel, door de biologie van de mijt tegen haarzelf te…(ook wel: biotechnische methode, biotechnische methoden)
- bodemschuif
- Een uitneembare plaat onder de kastbodem waarop je de natuurlijke uitval van varroamijten…(ook wel: varroalade, onderlegger)
- broedkamer
- De bak waarin de koningin legt en het broed wordt opgekweekt.(ook wel: broedbak, broednest)
- broedloos
- Een volk zonder gesloten broed, meestal in de late herfst of winter.(ook wel: broedloze periode, broedvrij)
- broedstop
- Het tijdelijk opsluiten van de koningin, meestal 21 tot 24 dagen, zodat er geen nieuw…(ook wel: broedonderbreking)
- bruidsvlucht
- De vlucht waarop een jonge koningin buiten de kast paart met darren uit andere volken.(ook wel: paringsvlucht)
Begrippen met de letter D
- darren
- De mannelijke bijen.(ook wel: dar, darrenbroed)
- darrenraat
- Raat met de grotere cellen waarin darren worden opgekweekt.(ook wel: darrenraam, bouwraam)
- dracht
- Het aanbod van nectar en stuifmeel in de omgeving van de kast.(ook wel: drachtplant, drachtplanten, drachtperiode)
Begrippen met de letter F
- feromoon
- Een geurstof waarmee bijen elkaars gedrag sturen.(ook wel: feromonen, koninginnenferomoon, alarmferomoon)
Begrippen met de letter G
- gemul
- De kruimels wasdekseltjes en raatresten die op de bodemschuif vallen.(ook wel: mul, raatgruis)
Begrippen met de letter H
- haalbij
- Een werkster in de laatste fase van haar leven, die naar buiten vliegt voor nectar,…(ook wel: haalbijen, vliegbij, vliegbijen)
- HMF
- Een stof die ontstaat wanneer suiker te heet wordt verhit en die schadelijk is voor bijen.(ook wel: hydroxymethylfurfural)
- honingkamer
- De bak boven het broednest waarin de bijen hun honingvoorraad opslaan en die de imker…(ook wel: honingbak)
- honingoogst
- Het afnemen en slingeren van de rijpe honing.(ook wel: oogsten, de oogst)
- huisbij
- Een jongere werkster die binnen de kast werkt: poetsen, broed voeren, was bouwen, honing…(ook wel: huisbijen, binnenbij)
Begrippen met de letter I
- inwinteren
- Het volk klaarmaken voor de winter: varroa aanpakken, voldoende voer geven en het…(ook wel: ingewinterd, wintervoer)
Begrippen met de letter K
- koninginnencel
- Een grote, peer- of pindavormige cel die aan de raat hangt en waarin een koningin wordt…(ook wel: koninginnencellen, dop, doppen, redcel)
- koninginnengelei
- Een eiwitrijk voedingssap dat jonge werksters met klieren in hun kop maken.(ook wel: voedersap, royal jelly)
- koninginnenrooster
- Een rooster met openingen waar werksters wel doorheen kunnen maar de koningin niet,…(ook wel: moerrooster)
- krantenmethode
- Twee volken samenvoegen met een vel krant ertussen, dat de bijen zelf stukje bij beetje…(ook wel: krantmethode)
Begrippen met de letter M
- mierenzuur
- Een organisch zuur dat als enige varroabestrijder ook de mijten in gesloten broed bereikt.
- mijtendruk
- Hoeveel varroamijten er in verhouding tot het aantal bijen in een volk zitten.(ook wel: varroadruk, besmettingsdruk, besmettingsgraad)
- moer
- Imkerwoord voor de koningin: de enige bij in het volk die bevruchte eitjes legt.(ook wel: moertje)
- moergoed
- Een volk is moergoed als er een leggende koningin aanwezig is.(ook wel: moerloos)
- moerwisseling
- Het rustig vervangen van de koningin door het volk zelf, zonder zwerm en zonder dat het…(ook wel: stille moerwisseling)
Begrippen met de letter N
- Nasonov
- De geurklier aan het achterlijf waarmee bijen bij het vlieggat staan te waaieren om…(ook wel: nasonovklier, Nasonov-feromoon)
- nectar
- De suikerhoudende vloeistof die bloemen afscheiden om bestuivers te lokken.(ook wel: nectarbron)
- noodcel
- Een koninginnencel die het volk in allerijl bouwt rond een gewone werksterlarve nadat de…(ook wel: noodcellen, redcellen)
- nosema
- Een darmziekte veroorzaakt door een eencellige parasiet, die vooral opspeelt bij volken…
Begrippen met de letter O
- oxaalzuur
- Een organisch zuur dat varroa op de bijen doodt maar niet in gesloten broed doordringt.
Begrippen met de letter P
- poedersuikermethode
- Een manier om de varroabesmetting te meten: ongeveer 300 bijen in een pot, bestuiven met…(ook wel: poedersuiker, poedersuikertest, poedersuikermethode)
- propolis
- Een kleverige hars die bijen van knoppen en bast verzamelen en gebruiken om kieren te…(ook wel: kithars)
Begrippen met de letter R
- raat
- De constructie van zeshoekige wascellen waarin bijen broed opkweken en voorraad opslaan.(ook wel: raten, honingraat, waswaat)
- resistentie
- Ongevoeligheid van mijten voor een middel dat eerder wel werkte, doordat de gevoelige…(ook wel: resistent)
- roverij
- Wespen of bijen uit andere volken die een kast binnendringen om de voorraad weg te halen.(ook wel: roofdrag, leeggeroofd)
Begrippen met de letter S
- slingeren
- Honing uit de raten halen met een centrifuge, waarbij de raat heel blijft en opnieuw…(ook wel: honingslinger, geslingerd)
- straatje
- De ruimte tussen twee naast elkaar hangende ramen, waar de bijen zitten.(ook wel: straatjes, raatstraat)
- stuifmeel
- Het eiwitrijke poeder uit de meeldraden van bloemen, dat bijen in klompjes aan hun…(ook wel: pollen, stuifmeelklompjes)
- superorganisme
- Het idee dat een bijenvolk als één levend systeem functioneert in plaats van als…
Begrippen met de letter T
- trofallaxis
- Het mond-op-mond doorgeven van voer tussen bijen.
Begrippen met de letter U
- unster
- Een eenvoudige hangweegschaal waarmee je een kast aan één kant optilt en weegt.(ook wel: weeghaak, veerunster)
Begrippen met de letter V
- varroa
- Een parasitaire mijt die zich voedt met bijenlarven en volwassen bijen, en daarbij…(ook wel: varroamijt, varroamijten)
- vervliegen
- Bijen die per ongeluk in de verkeerde kast belanden, vooral bij kasten die er hetzelfde…(ook wel: vervlogen)
- verzegeld
- Een cel die de bijen met een wasdekseltje hebben afgesloten.(ook wel: verzegelen, verzegeling, gesloten broed)
- vetlichaam
- Het orgaan waarin een bij haar reserves opslaat en waarmee ze haar afweer en ontgifting…(ook wel: vetlichaampje)
- vleugelvirus
- Een virus dat varroa overbrengt en dat bijen kan opleveren met verfrommelde, onbruikbare…(ook wel: DWV, deformed wing virus, verkreukelde vleugels)
- vlieggat
- De opening waardoor de bijen in en uit gaan, met daarvoor vaak een plankje waarop ze…(ook wel: vliegplank, vliegopening)
- vuilbroed
- Verzamelnaam voor twee bacteriële broedziekten.(ook wel: Europees vuilbroed, EVB, broedziekte, broedziekten)
Begrippen met de letter W
- wasdekseltje
- Het wasdopje waarmee bijen een cel afsluiten.(ook wel: celdeksel, verzegeling)
- wasmot
- Een mot waarvan de larven zich door opgeslagen raat vreten en die tot spinsel vermalen.(ook wel: wasmotten, wasmotlarven)
- winterbijen
- Bijen die in augustus en september worden geboren en tot het voorjaar leven, waar…(ook wel: winterbij)
- wintertros
- De bal bijen die zich in de winter samentrekt en zichzelf warm houdt met spiertrillingen.(ook wel: tros, wintercluster)
Begrippen met de letter Z
- zwerm
- De natuurlijke manier waarop een bijenvolk zich vermenigvuldigt: de oude koningin…(ook wel: zwermen, zwermneiging, zwermcel, zwermcellen)
- zwermdop
- Een koninginnencel die een volk aanlegt omdat het wil zwermen, meestal aan de onderrand…(ook wel: zwermdoppen, speeldop, speeldoppen)
- zwermdrift
- De toestand waarin een volk zich wil splitsen en koninginnencellen gaat aanleggen.(ook wel: zwermstemming, zwermneiging)
Mis je een woord, of kan de uitleg beter? Laat het weten op het forum. Deze lijst is van imkers onderling, dus hij groeit met wat jullie erin stoppen.
