Imkerwoordenboek
Imkers hebben een eigen taal. Wie net begint hoort woorden als moer, aflegger en broedstop voorbijkomen alsof iedereen weet wat ze betekenen. Hier staat het gewoon uitgelegd, zonder dat je het hoeft te vragen.
In onze artikelen staat een stippellijn onder deze woorden. Ga er met de muis overheen of tik erop, dan zie je de uitleg meteen naast de tekst.
24 begrippen
Begrippen met de letter A
- aflegger
- Een nieuw volk dat de imker zelf maakt door ramen met broed, bijen en voer uit een bestaand volk te halen. Een manier om te vermeerderen zonder af te wachten of een volk gaat zwermen.Ook wel: afleggers, veger, kunstzwerm
- Amerikaans vuilbroed
- Een zeer besmettelijke bacteriële broedziekte die meldingsplichtig is. Sporen blijven tientallen jaren levensvatbaar, en daarom mag je bijen nooit honing van onbekende herkomst voeren.Ook wel: AVB
Begrippen met de letter B
- bodemschuif
- Een uitneembare plaat onder de kastbodem waarop je de natuurlijke uitval van varroamijten kunt tellen. Goedkoop en eenvoudig, maar minder betrouwbaar dan een poedersuikermeting of alcoholwasje.Ook wel: varroalade, onderlegger
- broedkamer
- De bak waarin de koningin legt en het broed wordt opgekweekt. Daarboven staan de honingkamers, meestal gescheiden door een koninginnenrooster.Ook wel: broedbak, broednest
- broedstop
- Het tijdelijk opsluiten van de koningin, meestal 21 tot 24 dagen, zodat er geen nieuw broed bijkomt. Na afloop zijn alle broedcellen uitgelopen en zit alle varroa op de bijen zelf, waar een behandeling hem wél bereikt.Ook wel: broedonderbrekingLees er meer over
Begrippen met de letter D
- darren
- De mannelijke bijen. Ze halen geen nectar en steken niet; hun enige taak is het bevruchten van jonge koninginnen. Varroa heeft een voorkeur voor darrenbroed, wat imkers benutten om mijten weg te vangen.Ook wel: dar, darrenbroed
- dracht
- Het aanbod van nectar en stuifmeel in de omgeving van de kast. Een goede dracht betekent dat er volop te halen valt; bij een drachtpauze is er weinig te vinden en kan een volk zelfs achteruitgaan.Ook wel: drachtplant, drachtplanten, drachtperiodeLees er meer over
Begrippen met de letter H
- HMF
- Een stof die ontstaat wanneer suiker te heet wordt verhit en die schadelijk is voor bijen. Reden om voersiroop wel met warm water aan te maken maar nooit te koken.Ook wel: hydroxymethylfurfuralLees er meer over
- honingkamer
- De bak boven het broednest waarin de bijen hun honingvoorraad opslaan en die de imker oogst. Door een koninginnenrooster ertussen te zetten blijft die honing vrij van broed.Ook wel: honingbak
Begrippen met de letter I
- inwinteren
- Het volk klaarmaken voor de winter: varroa aanpakken, voldoende voer geven en het vlieggat verkleinen. Een sterk volk in een spaarkast heeft ongeveer 15 tot 18 kilo voer nodig.Ook wel: ingewinterd, wintervoerLees er meer over
Begrippen met de letter K
- koninginnenrooster
- Een rooster met openingen waar werksters wel doorheen kunnen maar de koningin niet, dankzij haar langere achterlijf. Zo blijft de honingkamer vrij van eitjes en broed.Ook wel: moerrooster
Begrippen met de letter M
- mierenzuur
- Een organisch zuur dat als enige varroabestrijder ook de mijten in gesloten broed bereikt. Werkt via verdamping en is daarom sterk afhankelijk van de temperatuur: onder de 15 graden te weinig effect, boven de 30 gevaarlijk voor het volk.Lees er meer over
- moer
- Imkerwoord voor de koningin: de enige bij in het volk die bevruchte eitjes legt. Een volk zonder moer heet moerloos en gaat zonder ingrijpen ten onder.Ook wel: moertje
Begrippen met de letter N
- nosema
- Een darmziekte veroorzaakt door een eencellige parasiet, die vooral opspeelt bij volken die lang niet naar buiten kunnen. Vaak zichtbaar aan bruine ontlastingsvlekken op de vliegplank of het kastfront.
Begrippen met de letter O
- oxaalzuur
- Een organisch zuur dat varroa op de bijen doodt maar niet in gesloten broed doordringt. Daarom werkt het alleen goed bij een broedvrij volk: na een broedstop of in december, wanneer er vanzelf geen broed is.
Begrippen met de letter P
- poedersuikermethode
- Een manier om de varroabesmetting te meten: ongeveer 300 bijen in een pot, bestuiven met poedersuiker en boven een wit doek schudden. Betrouwbaarder dan de bodemschuif, en de bijen blijven leven.Ook wel: poedersuikerLees er meer over
- propolis
- Een kleverige hars die bijen van knoppen en bast verzamelen en gebruiken om kieren te dichten en het volk schoon te houden. Het werkt bacterieremmend, en het maakt kastdelen aan elkaar plakken.Ook wel: kithars
Begrippen met de letter R
- raat
- De constructie van zeshoekige wascellen waarin bijen broed opkweken en voorraad opslaan. Bijen bouwen die zelf uit was die ze met klieren aan hun buik afscheiden.Ook wel: raten, honingraat, waswaat
- roverij
- Wespen of bijen uit andere volken die een kast binnendringen om de voorraad weg te halen. Speelt vooral in augustus bij afnemende dracht; een zwak volk kan er binnen dagen aan bezwijken.Ook wel: roofdrag, leeggeroofdLees er meer over
Begrippen met de letter S
- slingeren
- Honing uit de raten halen met een centrifuge, waarbij de raat heel blijft en opnieuw gebruikt kan worden. De cellen worden eerst ontzegeld en daarna wordt de honing eruit geslingerd.Ook wel: honingslinger, geslingerdLees er meer over
Begrippen met de letter V
- varroa
- Een parasitaire mijt die zich voedt met bijenlarven en volwassen bijen, en daarbij virussen overdraagt. Vrijwel elk volk in Nederland en België heeft varroa; het doel is niet uitroeien maar de druk laag houden. Onbehandeld gaat een volk er meestal binnen twee jaar aan onderdoor.Ook wel: varroamijt, varroamijtenLees er meer over
- vlieggat
- De opening waardoor de bijen in en uit gaan, met daarvoor vaak een plankje waarop ze landen. Het verkleinen ervan is de eenvoudigste bescherming tegen wespen en roverij.Ook wel: vliegplank, vliegopeningLees er meer over
Begrippen met de letter W
- winterbijen
- Bijen die in augustus en september worden geboren en tot het voorjaar leven, waar zomerbijen maar zes weken oud worden. Ze hebben grotere vetlichamen en zijn erop gebouwd de winter door te komen; een varroabesmetting als larve maakt ze aantoonbaar zwakker.Ook wel: winterbijLees er meer over
Begrippen met de letter Z
- zwerm
- De natuurlijke manier waarop een bijenvolk zich vermenigvuldigt: de oude koningin vertrekt met een deel van de bijen om elders opnieuw te beginnen. Voor de imker betekent een zwerm meestal verlies van een groot deel van het volk en van de honingoogst.Ook wel: zwermen, zwermneiging, zwermcel, zwermcellen
Mis je een woord, of kan de uitleg beter? Laat het weten op het forum. Deze lijst is van imkers onderling, dus hij groeit met wat jullie erin stoppen.