Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 6 van de 6. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: Wat een volk binnenhaalt

Les 6 · Dracht, voeding en voorraad

Bijvoeren

2 min lezen

Twee bijen geven elkaar voer door van monddeel tot monddeel
Wat je in de kast zet, verspreidt zich binnen een dag door het hele volk.

Je volk heeft honger en je zet er een bak suikerwater in. Een dag later hangen er bijen van drie andere kasten bij jouw te vechten. Wat ging er mis?

Je hebt uitgelokt, en dat is de belangrijkste reden dat bijvoeren meer vraagt dan alleen voer geven.

Bijvoeren doe je in drie situaties. Bij een tekort in het seizoen, zoals in het drachtgat. Bij het , wanneer je de honing die je hebt geoogst vervangt door suiker. En bij een jong of zwak volk dat nog niet genoeg zelf haalt.

Wat je geeft hangt af van wanneer. In het seizoen werkt dun suikerwater, ongeveer één deel suiker op één deel water: dat wordt snel opgenomen en prikkelt het volk. Voor de winter geef je dik, twee delen suiker op één deel water, of kant en klaar voer. Dik voer hoeft minder te worden ingedampt, en dat scheelt het volk werk in een periode waarin het dat niet meer heeft.

De regels eromheen zijn belangrijker dan de verhouding. Voer in de kast en niet erbuiten, want open voer op de stand is een uitnodiging aan de hele buurt. Voer tegen de avond, als het vliegen afneemt. Mors niets. Maak het vlieggat kleiner bij een zwak volk, zodat het te verdedigen valt. En voer alle volken op een stand tegelijk, want een volk dat als enige iets krijgt, wordt het doelwit.

Zo redeneert een ervaren imker in september:

  1. 1.

    Dit zie ik: een volk dat bij het tillen licht aanvoelt, en het is eind september.

  2. 2.

    Dit zegt mij: dit haalt de winter niet zonder hulp, en de tijd om in te dampen raakt op.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: hoeveel er precies bij moet, want dat hangt af van wat erin zit.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: hoeveel verzegelde ramen er nog zijn en hoe zwaar de kast is.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: in porties bijvoeren tot het gewicht klopt, en alle volken tegelijk.

Eén ding niet doen: honing van onbekende herkomst voeren. Daar kunnen ziektekiemen in zitten die je zo je hele stand binnenhaalt. Suiker is wat dat betreft veiliger dan honing.

Even controleren of je het begrijpt

Je moet in het drachtgat bijvoeren, en in september ga je inwinteren. Verschilt wat je dan geeft?

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.