Dit is les 3 van de 6. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.
Naar les 1: Wat een volk binnenhaaltLes 3 · Dracht, voeding en voorraad
Stuifmeel is het eiwit
2 min lezen
Een volk heeft in het najaar een volle en gaat toch de winter niet goed door. Er was voer genoeg. Wat ontbrak er dan?
Waarschijnlijk , en dat is de voorraad waar bijna niemand naar kijkt.
Honing en suiker leveren energie: warmte en vliegkracht. Maar een larve die uitgroeit tot bij bestaat uit eiwit, en dat komt uitsluitend uit stuifmeel. eten het, zetten het om in , en daarmee groeien de larven. Geen stuifmeel betekent geen broed, hoeveel honing er ook ligt.
Dat maakt stuifmeel de stille beperkende factor. Een volk met veel en weinig stuifmeel kan wel bouwen en vliegen, maar niet uitbreiden. En in het najaar heeft het gevolgen die je pas maanden later ziet: leggen een eiwitreserve aan in hun , en die reserve moeten ze meekrijgen in augustus. Wie dan te weinig stuifmeel had, heeft in november bijen die eerder opbranden.

Je herkent stuifmeel in de kast aan de gekleurde cellen rond het broed: geel, oranje, soms grijsblauw of bijna zwart, afhankelijk van waar het vandaan komt. Die kleurverschillen zijn geen probleem maar een aanwijzing over wat er bloeit.
Zo redeneert een ervaren imker in augustus:
- 1.
Dit zie ik: veel voer in de bovenste bak, maar nauwelijks gekleurde cellen rond het .
- 2.
Dit zegt mij: dit volk heeft energie zat en te weinig eiwit voor de winterbijen die het nu maakt.
- 3.
Dit weet ik nog niet: of er in de omgeving nog stuifmeel te halen valt.
- 4.
Daarom controleer ik: of er bijen met bolletjes binnenkomen, en wat er in de buurt bloeit.
- 5.
Op basis daarvan besluit ik: dit volk niet verder uitputten, en de extra scherp volgen.
Suiker bijvoeren lost dit niet op. Dat vult alleen de energiekant aan. Er bestaat wel eiwitdeeg, een stuifmeelvervanger, en dat kan een volk door een tekort heen helpen. Het haalt het niet bij echt stuifmeel, waarin ook vetten, vitamines en sporenelementen zitten die per plant verschillen. Wie in een schrale omgeving zit heeft daarom meer aan iets bijplanten dat laat bloeit dan aan een pot deeg.
Even controleren of je het begrijpt
Augustus. Je volk heeft een bak vol voer en je ziet nauwelijks gekleurde cellen rond het broednest. Je voert extra suiker bij. Wat los je daarmee wel op en wat niet?
Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.
