Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 4 van de 7. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: Koningin, werkster en dar

Les 4 · De honingbij en het bijenvolk

Zomerbij en winterbij

3 min lezen

Een balk van zes weken naast een balk van zes maanden: het levensduurverschil tussen een zomerbij en een winterbij
Dezelfde bij, een ander leven

Een zomerbij leeft een week of zes. Een zes maanden. Het zijn dezelfde bijen, uit dezelfde koningin, in dezelfde kast. Hoe kan dat?

Doordat ze anders gebouwd worden, en dat gaat geleidelijk in de nazomer.

Een zomerbij vliegt zich in enkele weken kapot. Ze verslijt haar vleugels, verbruikt haar reserves en gaat dood, en dat is geen probleem zolang er elke dag duizend nieuwe bijen bij komen. In de winter kan dat niet: er komt maandenlang niets bij, en de bijen die er in oktober zijn, moeten het tot maart uitzingen. Die ronde getallen zijn vuistregels: een zomerbij haalt vier tot zes weken, een winterbij vier tot zes maanden en soms langer.

Daarom maakt een volk in de nazomer een ander type bij. Winterbijen hebben een sterk ontwikkeld , het orgaan waarin ze eiwit en reserves opslaan en waarmee ze hun afweer regelen. Ze vliegen nauwelijks, ze verslijten dus niet, en ze teren langzaam in. Hun taak is niet werken maar overleven, en in het voorjaar het eerste broed grootbrengen.

Dat vetlichaam wordt gevuld met eiwit uit , in de weken dat ze als larve wordt gevoed en kort daarna. Datzelfde vetlichaam is ook de reden dat deze les zo vroeg in de cursus staat, want het is precies waar de zich mee voedt. Wat dat betekent en wat je eraan doet komt verderop uitgebreid aan bod. Onthoud voor nu alleen dit. Een pop die tijdens haar ontwikkeling wordt aangetast, kan met een minder goed gevuld vetlichaam uitlopen, en de mijt brengt bovendien virussen over. Zo'n bij ziet er van buiten normaal uit en leeft toch korter. Bij één enkele bij valt dat niet te voorspellen, want het hangt af van hoeveel mijten er zaten, hoe lang, en wat ze meebrachten. Op het niveau van een hele lichting winterbijen is het wel het verschil tussen een volk dat maart haalt en een volk dat leegloopt.

Zo redeneert een ervaren imker in september:

  1. 1.

    Dit zie ik: een volk dat er druk uitziet, met veel bijen die af en aan vliegen.

  2. 2.

    Dit zegt mij: er zijn nu veel bijen, maar dat zegt weinig over februari, want het meeste wat ik zie zijn zomerbijen die de winter niet halen.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: hoeveel winterbijen erbij zitten, want die zijn aan de buitenkant niet van een zomerbij te onderscheiden.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: of er nog broed is en of er stuifmeel binnenkomt, want dat is de lichting die de winter in gaat.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: dit volk beoordelen op het van nu, en niet op de drukte voor het .

Onthoud dit ene gegeven, want er komt in deze cursus nog veel op terug: het volk dat in maart uit de kast komt, is gemaakt in de nazomer.

Even controleren of je het begrijpt

Het is eind september en je volk ziet er druk uit, met veel bijen die af en aan vliegen. Wat zegt die drukte over februari?

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.