Naar de inhoud
Imkerplein

Les 1 · De honingbij en het bijenvolk

Koningin, werkster en dar

3 min lezen

In één bijenvolk leven drie duidelijk verschillende bijen naast elkaar. Eén met een lang, smal achterlijf die zich rustig tussen de andere beweegt. Tienduizenden kleinere bijen die druk in de weer zijn. En een paar dikke bijen met opvallend grote ogen die nergens aan lijken te werken. Wie is wie, en waarom zien ze er zo verschillend uit, terwijl ze allemaal dezelfde moeder hebben?

Koningin, werkster en dar in zijaanzicht op dezelfde schaal, met daaronder hun koppen van vooraf gezien
Illustratie: koningin, werkster en dar op schaal, met de koppen van vooraf. Alleen bij de dar raken de ogen elkaar bovenop de kop.

Een bijenvolk telt drie typen bijen. Geen drie soorten: het is drie keer dezelfde soort, met dezelfde ouders en dezelfde kast. Verder hebben ze opvallend weinig gemeen, want ze zien er anders uit, ze leven verschillend lang en ze doen totaal ander werk. De koningin is de enige volwassen vrouwtjesbij die eitjes legt, soms wel duizenden per dag in het hoogseizoen, meer dan haar eigen lichaamsgewicht. Ze is langer dan een werkster, met een achterlijf dat ver voorbij de vleugels uitsteekt, en ze leeft, mits het volk gezond blijft en niemand haar vervangt, meerdere jaren in plaats van weken. Een volk heeft er maar één. Alleen wanneer een volk bezig is zijn koningin te vervangen, lopen er soms een tijdje twee rond.

De werksters zijn ook vrouwtjes, en vormen verreweg de grootste groep: een sterk volk in de zomer telt er tienduizenden. Onder normale omstandigheden zijn ze onvruchtbaar. In dat "onder normale omstandigheden" zit een uitzondering die later een hele les krijgt, want in een volk dat zijn koningin lang mist gaat het mis. Al het werk in en om de kast doen de werksters. Een werkster leeft in de zomer vier tot zes weken. Een bij die in de nazomer wordt geboren haalt het voorjaar, en dat verschil is groot genoeg om er een eigen les aan te wijden: die volgt verderop in deze module.

De zijn de mannetjes: geen angel, geen wasklieren, en geen aandeel in het gewone werk in de kast. Een volk maakt ze alleen in het voorjaar en de zomer, wanneer er kans is op een jonge koningin die moet paren, ergens in de omgeving. Hun enige biologische functie is paren met zo'n koningin van een ander volk, tijdens haar . Een dar die paart, sterft daarbij; wie niet paart, leeft door tot de nazomer, wanneer de werksters de overgebleven darren de kast uitzetten omdat ze dan alleen nog voer kosten zonder nut.

Zo redeneert een ervaren imker bij het openen van een onbekende kast voor het eerst:

  1. 1.

    Dit zie ik: veel kleine, actieve bijen, een paar grotere bijen met grote ogen, en nergens een langgerekt achterlijf te bekennen.

  2. 2.

    Dit zegt mij: er zijn werksters en darren aanwezig, maar de koningin is niet direct zichtbaar.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: of er wel een koningin in dit volk is, of dat ze zich ergens tussen de werksters verstopt.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: niet verder naar de koningin zelf zoeken, maar naar eitjes, één per cel, rechtop midden op de bodem.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: als er verse eitjes liggen, is er sowieso een leggende koningin geweest, ook als ik haar zelf niet zie.

Even controleren of je het begrijpt

Je hebt alle tien de ramen gehad en de koningin niet gezien, maar op twee ramen liggen rechtopstaande eitjes. Wat levert doorzoeken je nog op?

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.