Hoe weet je of je volk het redt? · de winter door zonder de kast te openen
Tussen december en februari kun je niets meer aan je volk veranderen. En precies daarom wil je kijken.
Dat is de moeilijkste maand of drie van het imkersjaar, zeker het eerste jaar. De kast staat er stil bij, er komt niets uit, en je weet niet of daarbinnen een volk zit of een hoop dode bijen. De verleiding om even het deksel te lichten is groot.
Doe het niet. Maar dat betekent niet dat je in het duister tast: aan de buitenkant is meer af te lezen dan je zou denken.
Waarom het deksel dicht moet blijven
Een wintervolk zit in een : een bal bijen die met spiertrillingen warmte maakt. In het midden van die bal is het rond de 20 graden, aan de buitenkant een stuk kouder. Die tros verplaatst zich langzaam door de en eet het voer op dat hij tegenkomt.
Maak je de kast open, dan valt die opbouw uit elkaar en moet het volk hem opnieuw maken. Dat kost voer, en voer is precies wat het niet kan missen. Bij koud weer kunnen bijen die van de tros raken bovendien niet meer terug.
De vuistregel: onder de 10 à 12 graden gaat de kast niet open, ook niet even, ook niet snel.
Tillen: de belangrijkste controle die er is
De simpelste en beste winterproef is de kast aan de achterkant een paar centimeter optillen. Je voelt of er nog gewicht in zit.
Het probleem is dat "zwaar" niets betekent als je geen vergelijking hebt. Daarom: leer het gevoel in het najaar, als je zeker weet dat de kast vol voer zit. Til hem dan, en onthoud hoe dat aanvoelde. Elke keer daarna til je tegen die herinnering aan.
Wil je het preciezer, hang dan een bagageweegschaal onder de achterrand en noteer het getal. Niet het absolute gewicht is interessant, maar het verschil van maand tot maand. Grof gezegd:
- November tot januari · ongeveer een kilo per maand, soms minder. Het volk zit stil.
- Vanaf februari · het loopt op, vaak naar twee kilo of meer per maand. Zodra er broed komt, moet de tros op 35 graden gehouden worden en dat kost fors meer.
Dat laatste verrast beginners. De hongermaand is niet december maar maart: het volk verbruikt dan het meest, terwijl er buiten nog nauwelijks iets te halen valt.
Luisteren
Leg je oor tegen de kast, of tik één keer zachtjes tegen de wand. Een gezond volk geeft een korte ruis en wordt daarna weer stil. Hoor je niets, wacht dan even en probeer op een warmere dag opnieuw: een tros in diepe rust is soms gewoon heel stil.
Blijf niet tikken. Je krijgt er geen beter antwoord van, en het volk raakt er onrustig van.
De bodemschuif lezen
Als je kast een schuiflade onder de bodem heeft, is dat je beste venster naar binnen. Wat erop ligt, vertelt drie dingen.
Waar de tros zit. Het dat op de lade valt (stukjes zegelwas dat de bijen van de voercellen knagen) ligt recht onder waar ze aan het eten zijn. Twee of drie strepen betekent dat de tros over evenveel zit.
Of hij zich verplaatst. Veeg de lade schoon, kijk een week later. Zijn de strepen opgeschoven, dan leeft het volk en eet het. Ligt er niets nieuws, dan is dat een slecht teken.
Hoeveel mijten er vallen. In een broedvrije periode is de natuurlijke mijtval een indicatie van hoe het ervoor staat. Wat de getallen betekenen en wanneer je moet ingrijpen staat in Varroamijt bestrijden.
Vliegactiviteit vergelijken
Op een zonnige winterdag boven een graad of tien komen bijen naar buiten voor een reinigingsvlucht: ze poepen buiten de kast, want binnen doen ze dat niet. Dat is een goed teken.
Kijk daarbij niet naar één volk maar naar het verschil tussen je volken. Vliegt er één opvallend minder dan de rest, terwijl ze naast elkaar staan, dan is dat het volk om in de gaten te houden. Absolute aantallen zeggen weinig; de vergelijking zegt alles.
Een hoopje dode bijen voor het is normaal. Een volk verliest de hele winter door bijen, en op een vliegdag ruimen ze op.
Als een volk te licht is
Voel je bij het tillen dat er bijna niets meer in zit, dan moet er bijgevoerd worden. Twee regels:
Geen suikerwater. Vloeibaar voer in de winter kunnen de bijen niet indikken en niet , het trekt vocht en het geeft darmproblemen bij dieren die weken niet naar buiten kunnen.
Wel suikerdeeg. Een plak fondant of suikerdeeg leg je direct boven de tros, op de bovenlatten of over het voergat, met de folie eronder opengesneden. Boven de tros, want een volk in de kou loopt niet naar de andere kant van de kast om te eten. Ligt het voer op de verkeerde plek, dan verhongert een volk met een volle plak suiker twintig centimeter verderop.
Doe dat op een zo warm mogelijke dag, en wees er snel bij: deksel open, plak erop, deksel dicht.
Veelgemaakte fouten
- Een volledige inspectie in februari omdat het toevallig 14 graden is. Het is dan al begonnen; open je de kast, dan koelt het af.
- Alleen in december controleren. Dan zit er meestal nog genoeg. Het gaat mis in maart.
- Suikerwater geven bij vorst.
- Een plak voer aan de rand leggen in plaats van boven de tros.
- Geen dode bijen voor de kast willen zien. Dat hoort erbij.
- Het vlieggat vrij vergeten te houden. Dode bijen kunnen een klein vlieggat verstoppen; haal ze er af en toe met een takje uit.
Wat je in maart doet
Zodra het boven de 15 graden is en het windstil is, mag de kast voor het eerst open. Wat je dan als eerste controleert (en waarom je daar niet te lang over moet doen) is werk voor het volgende artikel.
Hoe kom jij de winter door, en waar let jij op bij je volken? Deel het op het forum onder Bijengezondheid & Ziekten · vooral de manier waarop je zelf weet of een volk nog goed zit is nuttig voor een ander.
