Duizend imkers, duizend meningen
Vraag drie imkers hoe je een volk moet en je krijgt vier antwoorden.
Vraag ze welk kasttype het beste is en je kunt beter alvast koffie zetten.
Maar wil je echt een gezellige avond verpesten, vraag dan of je met één of twee broedkamers moet imkeren. Ergens schuift vanzelf een stoel naar achteren en voor je het weet tekent iemand met een bierviltje een op tafel.
Duizend imkers, duizend meningen.
Het is zo ongeveer de bekendste ongeschreven wet van de imkerij.
Meestal wordt hij uitgesproken met een glimlach.
"Ach ja. Iedereen doet het op zijn eigen manier."
En meestal is dat ook prima.
Maar soms helemaal niet.
Want tussen al die meningen zitten voorkeuren, jarenlange ervaring, uitstekende adviezen, halve waarheden, gewoontes uit 1987 en af en toe complete onzin.
Een ervaren imker kan die meestal aardig uit elkaar houden.
Een beginner niet.
Voor een beginner klinkt de man die al dertig jaar imkert en precies weet waarover hij praat namelijk ongeveer hetzelfde als de man die al dertig jaar precies dezelfde fout maakt.
En daar wordt het interessant.
Waarom weet niemand gewoon hoe het moet?
Omdat bijen de vervelende gewoonte hebben zich niet aan onze handleidingen te houden.
Neem twee imkers.
De ene heeft zijn volken naast de Biesbosch staan. De andere op de Veluwe. De eerste heeft misschien wilg, fruit en daarna een flinke zomerdracht. De tweede zit met een compleet ander landschap en een ander drachtverloop.
Laat ze allebei precies hetzelfde doen en de kans is groot dat het bij de één prachtig werkt en bij de ander helemaal niet.
Zelfs twee bijenstanden twintig kilometer van elkaar kunnen al verschillen.
En dan hebben we het alleen nog maar over de plek.
We hebben ook verschillende bijen, verschillende kasttypen, verschillende bedrijfsmethoden en vooral verschillende imkers.
De ene wil zoveel mogelijk honing.
De andere teelt koninginnen.
Nummer drie wil zes gezonde volken achter in de tuin en vindt twintig kilo honing eigenlijk vooral een hoop potjes afwassen.
Alle drie kunnen uitstekende imkers zijn.
Hun advies hoeft alleen niet hetzelfde te zijn.
En dan is er nog iets vervelends aan imkeren
Je krijgt tergend langzaam te horen of je gelijk had.
Stel dat je in september iets nieuws probeert met het inwinteren.
Wanneer weet je of het heeft gewerkt?
In maart?
April?
En zelfs als je volk dan prachtig uit de winter komt, weet je nog steeds niet precies waarom.
Was het je manier van voeren?
De varroabehandeling?
Een goede koningin?
De zachte winter?
Genoeg in het najaar?
Of had je gewoon een kneitersterk volk dat jouw geklungel moeiteloos heeft overleefd?
Dat laatste gebeurt vermoedelijk vaker dan imkers tijdens een verenigingsavond toegeven.
Bijen zijn namelijk behoorlijk goed in het oplossen van problemen die hun imker voor ze heeft veroorzaakt.
En zo ontstaat een van de gevaarlijkste redeneringen in de imkerij:
"Ik deed X. Mijn volk leefde nog. Dus X werkt."
Was het maar zo eenvoudig.
Wie tien jaar imkert, heeft een beslissing die je één keer per seizoen neemt misschien tien keer kunnen proberen. Tien keer, onder tien verschillende omstandigheden, met tien verschillende volken.
Dat is waardevolle ervaring.
Maar het is geen laboratorium.
En precies daarom kunnen twee ervaren imkers met grote overtuiging iets totaal anders vertellen.
Dus wie heeft er gelijk?
Dat hangt ervan af waar de ruzie over gaat.
Want eigenlijk zijn er drie soorten imkerruzies.
De eerste is de leukste.
Dat zijn discussies waarbij beide imkers best gelijk kunnen hebben.
Spaarkast of simplex.
Eén broedkamer of twee.
Wel of geen .
Vroeger voeren of later voeren.
Daar bestaat niet ergens een geheim imkerboek waarin op bladzijde 347 het definitieve antwoord staat.
Er zijn voordelen. Er zijn nadelen. En wat verstandig is, hangt af van je bijen, je stand, je , je manier van werken en wat je eigenlijk probeert te bereiken.
Daarom heb je weinig aan:
"Twee broedkamers is beter."
Maar wordt het interessant zodra iemand zegt:
"Ik werk hier met twee broedkamers, omdat..."
Dat ene woordje, omdat, maakt een wereld van verschil.
Dan heb je ruzies die eigenlijk nergens over gaan
Ook daar zijn imkers verrassend goed in.
Welke kleur je kast moet hebben.
Welk merk beitel het fijnste is.
Of je handschoenen draagt.
Waar je de beroker neerzet.
Of je zachtjes tegen je bijen praat wanneer je een raam terughangt.
Ga vooral je gang.
Als jij ervan overtuigd bent dat je bijen rustiger worden wanneer je ze iedere zaterdagmorgen vriendelijk goedemorgen wenst, zal ik je niet tegenhouden.
Misschien worden vooral jijzelf en daardoor uiteindelijk ook je bijen rustiger.
Prima resultaat.
Niet alles hoeft geoptimaliseerd te worden.
Het wordt pas vervelend wanneer een persoonlijke voorkeur ineens wordt gepresenteerd als een natuurwet.
"Ik werk zonder handschoenen."
Prima.
"Een goede imker werkt zonder handschoenen."
Ho.
Dat tweede vertelt ons niets meer over bijen.
Dat vertelt vooral iets over de imker.
En soms heeft iemand gewoon ongelijk
Dit is de minst gezellige categorie.
Want sommige uitspraken worden verstopt achter "iedere imker doet het anders", terwijl ze helemaal niet over smaak gaan.
Neem:
"? Ik doe daar niets aan. De natuur lost dat vanzelf op."
Wie heel bewust zonder reguliere bestrijding werkt en daarbij selecteert, meet, monitort en precies begrijpt wat hij doet, voert een heel andere discussie.
Maar niets doen is geen methode die je zonder verdere uitleg aan een beginner moet meegeven.
Varroa en de virussen die de mijt verspreidt kunnen een volk ernstig verzwakken.
Hetzelfde geldt voor:
"In de zwermtijd kijk ik iedere drie weken even."
Dat kun je natuurlijk doen.
Maar als je doel is om te beheersen, houden de bijen geen rekening met het feit dat de komende twee weekenden toevallig slecht uitkomen.
En mijn persoonlijke favoriet:
"Ik haal de honing eraf en daarna zoeken ze het maar uit."
Nee.
Een bijenvolk leeft niet van zelfstandigheidstraining.
Het heeft voedsel nodig.
Daar ligt dus ergens de grens van duizend imkers, duizend meningen.
Sommige wegen leiden naar Rome.
Andere naar Groningen.
En sommige houden na tweehonderd meter gewoon op in een sloot.
Die hoeven we niet allemaal even serieus te nemen omdat iemand toevallig al heel lang imkert.
Maar daar sta je dan als beginner
Met je nieuwe kast.
Je nieuwe pak.
Een beitel die nog zo schoon is dat iedereen onmiddellijk ziet dat je beginner bent.
En drie ervaren imkers die je drie verschillende dingen vertellen.
Hoe moet jij in vredesnaam weten wie gelijk heeft?
Dat weet je vaak niet.
Dat is juist het probleem.
Je vraagt advies aan een ervaren imker omdat je zelf nog niet genoeg weet om het antwoord te beoordelen.
Gelukkig bestaat er een verrassend goede test.
Hij bestaat uit één woord.
Waarom?
"Je moet nu voeren."
Waarom?
"Je moet absoluut met twee broedkamers werken."
Waarom?
"Die moet je wegbreken."
Waarom?
"Daar hoef je niets aan te doen."
Waarom?
Een goede imker hoeft vervolgens echt geen wetenschappelijk onderzoek uit zijn binnenzak te trekken.
Maar hij kan meestal wel uitleggen wat erachter zit.
"Ik voer op deze stand liever wat later, omdat hier nog een late dracht binnenkomt."
Kijk.
Nu hebben we iets.
Want ineens weet je niet alleen wat iemand doet.
Je weet waarom.
En daardoor kun je een veel betere vraag stellen:
Geldt die reden ook voor mijn volk, op mijn stand, op dit moment?
Daar begint imkeren.
Niet bij het uit je hoofd leren van recepten.
Maar bij begrijpen waarom je iets doet.
Er is nog één zin waar je op moet letten
"Ik doe het al dertig jaar zo."
Dat kan een fantastische zin zijn.
Het kan betekenen:
"Ik heb dit dertig jaar onder allerlei omstandigheden gedaan en ik kan je precies vertellen wanneer het werkt, wanneer niet en wat ik onderweg heb geleerd."
Pak een stoel.
Luisteren.
Maar dezelfde zin kan ook betekenen:
"Henk heeft mij dit in 1996 verteld en sindsdien heb ik eigenlijk nooit meer gevraagd waarom."
Dat zijn twee heel verschillende soorten dertig jaar ervaring.
Ervaring is ontzettend waardevol.
Maar ervaring en bewijs zijn niet hetzelfde.
Je kunt iets dertig jaar doen omdat het uitstekend werkt.
Je kunt iets ook dertig jaar doen omdat het nooit hard genoeg fout ging om ermee te stoppen.
En voor de duidelijkheid: daar hebben niet alleen andere imkers last van.
Ik ook.
Iedere imker verzamelt in de loop der jaren gewoontes.
Je probeert iets.
Het werkt.
Je doet het nog een keer.
Het werkt weer.
Een paar jaar later zeg je:
"Ik doe het altijd zo."
En ergens, zonder dat je het merkt, verandert die zin in:
"Zo moet het."
Misschien is dat wel de grootste valkuil van ervaring.
Hoe meer je weet, hoe makkelijker het wordt om te vergeten welke dingen je weet, welke dingen je denkt en welke dingen je gewoon gewend bent.
Daarom vind ik "dat weet ik niet" misschien wel een van de beste antwoorden die een ervaren imker aan een beginner kan geven.
Niet alles hoeft onmiddellijk een antwoord te hebben.
Soms is:
"Geen idee. Zullen we het uitzoeken?"
precies het goede antwoord.
Duizend imkers, duizend meningen
Hou dat vooral zo.
Een vak waarin niemand meer discussieert, wordt al snel een geloof.
Maar als beginnende imker hoef je ook niet iedere mening hetzelfde gewicht te geven.
Soms hebben twee imkers allebei gelijk.
Soms maakt het werkelijk geen bal uit.
En soms staat er gewoon iemand met indrukwekkend veel zelfvertrouwen onzin te vertellen.
Dat laatste is alleen verdraaid moeilijk te herkennen wanneer je net begint.
Dus onthoud niet alle antwoorden uit dit verhaal.
Onthoud één vraag.
Waarom?
Vraag niet alleen wat een imker doet.
Vraag waarom hij het doet.
En als het antwoord begint met:
"Omdat Henk mij dat in 1996 zo geleerd heeft..."
zet dan gerust nog een pot koffie.
Het kan een lange avond worden.
