Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 3 van de 6. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: Wanneer is het geen varroa

Les 3 · Ziekten, plagen en alarmsignalen

Kalkbroed, nosema en darmproblemen

3 min lezen

Harde witte en grijze kalkbroedmummies verspreid over de vliegplank, met bijen ertussen
Kalkbroedmummies op de vliegplank. Dit is wat de werksters naar buiten hebben gesleept. Foto: Jeff Pettis / Wikimedia Commons, CC BY 3.0 US

Voor het liggen harde, witte brokjes ter grootte van een larve. En op de voorkant van de kast zitten bruine spatten. Twee verschillende dingen, en geen van beide is meldplichtig. Wat zijn ze?

Kalkbroed en een darmprobleem, en allebei zeggen ze vooral iets over de conditie van het volk.

Kalkbroed is een schimmel die larven aantast. De larve sterft en droogt in tot een hard, wit of grijszwart brokje dat op een stukje kalk lijkt. Werksters slepen die mummies naar buiten, en daarom vind je ze op de of voor het vlieggat.

Het is zelden een ramp. Kalkbroed komt op als een volk het moeilijk heeft: te vochtig, te koud, te weinig bijen voor de ruimte die het moet warm houden. Een sterk volk ruimt het op en groeit eroverheen. Wat helpt is dan ook geen middel maar betere omstandigheden: de kast droger en zonniger zetten, terugbrengen naar de ruimte die het volk echt bezet, en oude vervangen. Blijft het jaar na jaar terugkomen in hetzelfde volk, dan is de koningin een reden om naar te kijken, want de gevoeligheid is deels erfelijk.

is iets heel anders: een parasiet in de darm van volwassen bijen. Je ziet hem niet zelf, je ziet de gevolgen. Een volk dat in het voorjaar niet op gang komt, bijen die verzwakt zijn, en soms bruine vlekken op de ramen en de voorkant van de kast.

Maar wees voorzichtig met die vlekken als bewijs. Bijen houden hun ontlasting op zolang ze binnen zitten, en na een lange winter zonder een enkele vliegdag kan een volk het gewoon niet meer ophouden. Dat is geen ziekte, dat is een lange winter. Ook slecht of vergist voer kan het geven.

Wat bij nosema helpt is hygiëne: oude raat vervangen, materiaal schoonmaken, en zorgen dat het volk droog staat. En hetzelfde als bij kalkbroed: een sterk volk komt er meestal doorheen, een zwak volk niet.

Zo redeneert een ervaren imker in maart bij een bespat vlieggat:

  1. 1.

    Dit zie ik: bruine spatten op de voorkant van de kast, na een winter met weken achtereen vorst.

  2. 2.

    Dit zegt mij: dit kan een volk zijn dat eindelijk kon uitvliegen, of het kan nosema zijn.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: welke van de twee, want de vlekken zelf zien er hetzelfde uit.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: of het volk verder normaal op gang komt, en hoe het er over twee weken bij staat.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: nu niets, en pas iets doen als het volk achterblijft bij de rest.

Even controleren of je het begrijpt

Je ziet in maart bruine vlekken op de voorkant van de kast. Wat concludeer je?

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.