Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 4 van de 6. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: Wanneer is het geen varroa

Les 4 · Ziekten, plagen en alarmsignalen

Wasmot, muizen en roverij

3 min lezen

Niet elk probleem komt van binnenuit. Drie plagen komen van buiten, en alle drie kiezen ze hetzelfde doelwit: het volk dat zich niet kan verdedigen.

Dat is meteen de rode draad van deze les. Een sterk volk lost deze drie zelf op.

is een vlinder waarvan de rupsen zich door vreten. In een bewoonde kast houdt een sterk volk ze onder controle. Waar het misgaat is bij opgeslagen raat: een stapel ramen in een warme schuur is voor een wasmot een uitgelezen kraamkamer, en binnen een paar weken is er niets meer van over dan spinsel.

Een raat met het vraatspoor van een wasmotlarve: een gang dwars door de cellen, met spinsel en donkere korrels
Het spoor van één larve. De gang loopt dwars door de cellen, met spinsel eromheen en donkere uitwerpselen erin. Foto: Goldmull, via Wikimedia Commons (opent in een nieuw tabblad), CC BY 3.0 (opent in een nieuw tabblad). Verkleind en omgezet naar webp.

Bewaar opgeslagen raat daarom koud, droog en tochtig, of vries hem in. Een zwak volk dat meer ramen heeft dan het kan bezetten, is trouwens hetzelfde probleem in het klein: breng zo'n volk terug naar de ruimte die het echt bezet.

Muizen zoeken in het najaar een warme, droge plek met eten, en een bijenkast is precies dat. Een muis in een wintervolk vreet raat, vervuilt de kast en houdt het volk uit zijn rust. Een muizenrooster voor het lost het op, en zoals je in de kastmodule al las: plaats het voordat het koud wordt, niet erna.

ken je al uit de lessen over bijvoeren en . Hier gaat het om herkennen. Een volk dat wordt beroofd, laat zich zien: bijen die voor het vlieggat met elkaar vechten, bijen die naar binnen proberen te komen en worden tegengehouden, en een onrustig heen en weer voor de kast dat er anders uitziet dan gewoon vliegverkeer. Kijk je binnen, dan zie je opengetrokken celdekseltjes en was op de bodem.

Wat je doet: het vlieggat zo klein maken dat de wachtbijen het kunnen verdedigen, niets laten liggen dat naar honing ruikt, en niet meer voeren tot het rustig is. Loopt het echt uit de hand bij een zwak volk, dan is het soms beter dat volk te verplaatsen of samen te voegen dan het te laten leegroven.

Zo redeneert een ervaren imker bij onrust voor de kast in september:

  1. 1.

    Dit zie ik: druk gevlieg bij één kast terwijl de rest van de stand rustig is, en bijen die voor het vlieggat met elkaar worstelen.

  2. 2.

    Dit zegt mij: dit is geen maar roverij, en dit volk verliest.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: of het al zo ver is dat er voorraad weg is.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: of er was op de vliegplank ligt en of de dekseltjes zijn opengetrokken.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: het vlieggat direct terugbrengen tot een gat waar twee bijen door kunnen, en vanavond kijken of het geholpen heeft.

Even controleren of je het begrijpt

Je haalt in oktober twee halflege bakken van je volken af en zet de ramen op een warme, droge zolder. Wat vind je er in het voorjaar?

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.