Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 2 van de 6. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: De mijt zelf

Les 2 · Varroa

Waarom varroa een volk doodt

3 min lezen

In maart open je een kast en vindt een handvol dode bijen, volop voer, en verder niets. Geen ziekte te zien, geen honger geleden. Wat is hier gebeurd, en wanneer is het misgegaan?

Van mijt via virus naar zwakke winterbijen naar een volk dat het voorjaar niet haalt
De oorzaak ligt maanden voor het gevolg

Het antwoord ligt vrijwel nooit in maart. Een volk dat in het late voorjaar wegvalt met voer in de kast, is meestal in juli en augustus verloren gegaan, en is daarbij zelden de directe doodsoorzaak. Ze is de deur waardoor iets anders binnenkomt.

Een mijt die zich op een bij voedt, brengt virussen over. Het bekendste daarvan is het , dat bijen kan opleveren met verkreukelde, onbruikbare vleugels. Zulke bijen zie je soms voor de kast rondkruipen, en dat is een laat en ernstig signaal. Maar de meeste schade is onzichtbaar: bijen die er normaal uitzien en toch korter leven dan ze zouden moeten.

Een bij met verfrommelde, onbruikbare vleugels, met twee roodbruine mijten op haar borststuk
Het vleugelvirus. Deze bij kan niet vliegen en haalt het niet. Zie je zulke bijen voor de kast, dan is de besmetting al fors.
Een varroamijt zit als een glanzende roodbruine ovaal op het borststuk van een honingbij
De mijt op een volwassen bij. Ze voedt zich met het vetlichaam, en brengt daarbij virussen over.

Dat laatste is fataal in precies één periode van het jaar. De die in augustus en september worden geboren, moeten maanden mee, en je weet uit de eerste module waaraan ze dat te danken hebben: een sterk ontwikkeld . Dat is precies het orgaan waar de mijt zich mee voedt. Zijn ze als larve gevoed door een volk met een hoge , en zijn ze zelf besmet geraakt, dan halen ze die maanden niet. Het volk teert dan de winter door langzaam uit: in november lijkt het nog goed, in januari wordt de kleiner, en in februari of maart is er te weinig over om nog een op te warmen.

Zo redeneert een ervaren imker bij dat lege volk in maart:

  1. 1.

    Dit zie ik: een kleine kluit dode bijen, ruim voer nog aanwezig, geen sporen van diarree of vraat.

  2. 2.

    Dit zegt mij: dit volk is niet verhongerd en niet verkleumd, het is opgeraakt.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: of dit door varroa kwam of door iets anders, bijvoorbeeld een koningin die al in het najaar was weggevallen.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: de bodem en de op mijten, en mijn eigen aantekeningen van vorig seizoen.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: wat ik dit jaar in juli anders moet doen, want in maart valt hier niets meer te redden.

Even controleren of je het begrijpt

Je ziet voor de kast een paar bijen rondkruipen met verkreukelde, onbruikbare vleugels. Wat zegt dat over dit volk?

Dat is meteen het ongemakkelijke aan dit onderwerp. Je wordt afgerekend op een beslissing die je een half jaar eerder nam, en je krijgt de uitslag maar één keer per jaar.

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.