Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 2 van de 5. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: Waarom augustus de maand is

Les 2 · Inwinteren en winterbijen

Wintervoer: hoeveel en wanneer

3 min lezen

Tijdlijn van het wintervoeren: beginnen in augustus, klaar zijn eind september
Op tijd beginnen is belangrijker dan de precieze hoeveelheid

Je geeft je volk in oktober vijftien kilo voer in één keer. Netjes op gewicht. Toch redt het de winter niet. Wat ging er mis?

Waarschijnlijk de timing, niet de hoeveelheid.

Hier zitten drie vragen door elkaar die je uit elkaar moet houden. Met hoeveel voorraad moet het volk de winter in gaan? Hoeveel zit er al in? En hoeveel moet jij dus nog aanvullen?

Op de eerste vraag hangt het antwoord af van je kast. De NBV houdt voor een spaarkast op één veertien kilo aan, voor een dadant achttien tot twintig, en voor een goed bezette zesramer ongeveer acht. Op de tweede vraag geeft je eigen kast antwoord: wat er al aan honing in zit, telt gewoon mee. En pas de derde vraag levert het getal op waar jij iets mee moet, want dat is het verschil tussen de eerste twee.

Suiker is trouwens niet hetzelfde als voer: een kilo suiker levert bij het oplossen ongeveer 1,2 kilo voer op.

Ook die streefgewichten zijn richtlijnen en geen wet: wat een volk echt nodig heeft hangt af van zijn grootte, van de kastisolatie en van hoe lang het koud blijft.

Onthoud dus geen universeel aantal kilo's suiker. Onthoud: zoek het streefgewicht dat bij jouw kast hoort, weeg wat er al in zit, en vul het verschil aan.

Belangrijker dan het getal is wanneer je het geeft. Suikerwater moet worden ingedampt en , en daar heeft een volk warmte en werkende bijen voor nodig. Beide lopen in de loop van september terug. Voer je te laat, dan krijgt het volk het niet meer ingedampt en verzegeld. Bij koud en vochtig najaarsweer kan zulk voer gaan gisten, en daar heeft het volk in januari weinig aan. Vandaar de vuistregel: begin in augustus en wees eind september klaar.

Geef het bovendien in porties en niet in één keer. Een volk dat te veel tegelijk krijgt, slaat het op in de broedkamer en verdringt daarmee de ruimte waar de koningin nog moet leggen. Een volk dat er te weinig krijgt, blijft in de stand van halve honger.

Controleer het resultaat op gewicht en niet op wat je hebt gegeven. Een deel van wat je erin doet, wordt namelijk gewoon opgegeten.

Zo redeneert een ervaren imker eind september:

  1. 1.

    Dit zie ik: de kast voelt zwaar, maar de bovenste ramen zijn nog niet overal verzegeld.

  2. 2.

    Dit zegt mij: er zit genoeg in, maar het is nog niet klaar voor de kou.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: of het volk het nog kan afwerken bij deze temperaturen.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: over een week of de dekseltjes erop zitten.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: niet meer bijvoeren, en het volk de tijd geven om af te maken.

En dan iets dat vaak misgaat: voer nooit honing van onbekende herkomst. Daar kunnen sporen van ziekten in zitten die je zo je hele stand binnenhaalt.

Even controleren of je het begrijpt

Je bent eind oktober klaar met voeren en het gewicht klopt precies. In januari blijkt de bovenste bak nog voor de helft onverzegeld. Wat is er misgegaan?

Wil je dit tot in de details weten? Lees het volledige artikel: Wintervoer geven · hoeveel, wanneer en waarom augustus telt

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.