Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 7 van de 7. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: Koningin, werkster en dar

Les 7 · De honingbij en het bijenvolk

Eén volk, één lichaam

3 min lezen

Je verliest de helft van een volk aan een , en toch blijft de andere helft doorfunctioneren: broed wordt verzorgd, temperatuur blijft stabiel, er wordt gewoon voedsel gehaald. Vergelijk dat eens met een dier dat de helft van zijn lichaam verliest. Waarom werkt een bijenvolk zo anders?

Het bijenvolk als superorganisme: koningin, werksters en feromonen vergeleken met een lichaam
De koningin als voortplanting, werksters als organen, feromonen als zenuwstelsel

Een bijenvolk wordt in de biologie weleens een genoemd: een groep individuen die samen functioneert als één levend systeem, met taakverdeling, communicatie en zelfregulatie die je normaal alleen binnen één lichaam verwacht. Geen enkele losse bij overleeft lang alleen, maar het volk als geheel kan wel jaren bestaan, ook als individuele bijen na een paar weken sterven en vervangen worden.

Die vergelijking is meer dan een beeldspraak, en de vorige lessen laten precies zien waarom. De koningin fungeert als de voortplanting van het geheel: zonder haar legt niemand het volgende bevruchte eitje, en zonder bevrucht eitje geen nieuwe koningin of werkster. Werksters zijn de organen die voeden, verdedigen, bouwen en reguleren, en verschuiven daarbij flexibel van taak naar taak zodra het volk dat nodig heeft. vormen het zenuwstelsel dat alles op elkaar afstemt, en de dans is de taal waarmee het volk informatie deelt over de buitenwereld. Voedseluitwisseling en temperatuurregulatie laten zien hoe het geheel zich letterlijk als één organisme in stand houdt, met een stabiele kerntemperatuur, ook al bestaat het uit duizenden losse lichaampjes.

De vergelijking kent grenzen: elke bij is en blijft een apart, levend insect, met een eigen zenuwstelsel en eigen gedrag. Het is dus geen letterlijk organisme in biologische zin. Maar als verklarend model werkt het uitstekend: sociale organisatie, met vaste rollen die flexibel kunnen verschuiven naar wat het volk op dat moment nodig heeft, is wat dit systeem robuust maakt tegen verlies van individuele bijen.

Zo redeneert een ervaren imker bij een volk dat net een groot deel van zijn kwijt is geraakt, bijvoorbeeld door vergiftiging:

  1. 1.

    Dit zie ik: veel dode bijen voor de kast, een duidelijk kleiner wordende haalbijenpopulatie, maar een dat er nog gezond uitziet.

  2. 2.

    Dit zegt mij: het volk heeft een klap gehad in de buitenploeg, maar de kern (koningin, broed, ) functioneert nog.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: of het volk zelf voldoende jonge bijen kan bijschakelen om het verlies op te vangen.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: de hoeveelheid jong broed en de algehele conditie van de koningin.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: bij voldoende broed het volk de tijd geven om zichzelf te herstellen, bij te weinig broed overwegen om het te versterken met een raam broed uit een ander volk.

Even controleren of je het begrijpt

Waarom kan een bijenvolk het verlies van veel individuele bijen overleven, terwijl een dier dat een groot deel van zichzelf verliest dat vaak niet kan?

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.