Zwermcontrole · elke zeven dagen, en waarom precies zeven
Een is geen ongeluk. Het is hoe een bijenvolk zich voortplant, en een volk dat wil zwermen doet dat ook, of jij het nu ziet of niet.
Wat je wél in de hand hebt, is of het op jouw voorwaarden gebeurt of op die van het volk. In het eerste geval heb je er een volk bij. In het tweede hangt de helft van je bijen in de boom van de buren, en zit je met een half volk dat de rest van het seizoen niets meer oplevert.
Van april tot eind juni draait het imkersjaar om die ene vraag: kom ik er op tijd achter?
Waarom precies zeven dagen
Overal lees je dat je in de zwermtijd elke zeven dagen moet controleren. Dat getal is geen gewoonte, het volgt uit de ontwikkeling van een koningin.
Een koninginnenlarve wordt op dag acht , geteld vanaf het moment dat het eitje is gelegd. En dat verzegelen is het startsein: een volk zwermt meestal rond het moment dat de eerste dicht gaat, soms een dag ervoor, soms een dag erna, afhankelijk van het weer.
Reken dat na en je ziet de logica. Controleer je vandaag en zie je niets, dan kan er morgen een eitje in een dop worden gelegd. Die dop is over acht dagen dicht. Kom je na zeven dagen terug, dan tref je hem aan als hij nog open is: nét op tijd.
Wacht je tien dagen, dan is het volk weg voordat je er bent. Er is geen middenweg: zeven dagen, of je gokt.
De ontwikkelingstijden waar dit op steunt staan in Wiskunde voor imkers.
Waar je naar kijkt
Een controle op zwermcellen is niet hetzelfde als een inspectie. Je hoeft niet elk raam te bekijken en de koningin hoef je niet te zien. Je zoekt naar doppen, en die zitten op vaste plekken.
Onderaan de . Zwermcellen hangen bij voorkeur aan de onderrand van de raten en aan de zijkanten. Til een raam op en kijk tegen de onderkant aan; alleen van bovenaf kijken is de manier waarop de meeste doppen gemist worden.
Tussen de ramen. Doppen worden ook gebouwd in de ruimte tussen twee ramen, waar je ze pas ziet als je de ramen uit elkaar haalt.
Wat je vindt, is niet altijd hetzelfde:
- · vaak vijf tot twintig stuks, aan de randen. Het volk wil zich delen.
- · een handvol, midden op de raat, gebouwd rond bestaande larven. Het volk is zijn koningin kwijt en probeert er een te maken.
- Stille moerwisseldoppen · één of twee, midden op de raat, terwijl er nog een leggende koningin loopt. Het volk vervangt haar zelf; daar hoef je meestal niets aan te doen.
Het verschil zit dus in het aantal en de plek. Twintig doppen aan de onderrand is een ander verhaal dan één dop op de vlakke kant.
Ruimte geven, en op tijd
De belangrijkste maatregel is de saaiste: zorg dat het volk niet krap komt te zitten. Een volk dat geen plek meer heeft om te leggen en niets meer kan opslaan, gaat aan zwermen denken.
Dat betekent in april: de opzetten voordat je denkt dat het nodig is. Te ruim is geen probleem, te krap wel. Wanneer de op gang komt en er dus wat te halen valt, staat in de drachtkalender.
Maar wees eerlijk over wat ruimte geven doet: het stelt uit, het voorkomt niet. Een sterk volk met een koningin van twee jaar oud wil in mei zwermen, ook in een ruime kast.
Als je doppen vindt
Hier gaat het het vaakst mis, en meestal op dezelfde manier: de imker breekt de doppen en doet de kast dicht.
Dat werkt niet. Het volk heeft besloten te zwermen en bouwt binnen een dag nieuwe doppen. Je hebt jezelf een week uitstel gekocht en verder niets. Erger nog: zijn er al doppen die je over het hoofd ziet (en dat gebeurt), dan vertrekt de zwerm alsnog.
Wat wel werkt, is de oorzaak wegnemen door het volk te delen. Je maakt een : je haalt de oude koningin met een paar ramen broed en voer uit de kast en zet die apart. Voor het achterblijvende volk voelt dat als een zwerm die al vertrokken is: de drang is eraf, en uit de doppen komt een nieuwe koningin.
Je houdt dan twee volken over in plaats van één volk plus een zwerm in de boom van de buren. Dat is precies de reden dat je in april materiaal voor één kast extra klaar hebt staan.
Zijn de doppen al verzegeld, dan ben je te laat voor preventie: de zwerm is waarschijnlijk al weg of vertrekt binnen een dag. Dan is delen nog steeds de beste zet, om te redden wat er te redden valt.
Veelgemaakte fouten
- Elke tien dagen controleren. De rekensom klopt dan niet meer.
- Alleen van bovenaf kijken. De doppen zitten aan de onderrand.
- Doppen breken en verder niets doen. Ze staan er over een dag weer.
- Bij slecht weer een week overslaan. Het volk houdt geen rekening met jouw agenda; controleer op de eerstvolgende dag die het toelaat.
- Alle doppen breken en er één laten staan zonder te weten of die goed is. Wie een nieuwe koningin wil, kiest een grote, goed gevormde dop op een raam met jong broed.
- Geen materiaal klaar hebben. Op het moment dat je moet delen, moet er een kast staan.
Wanneer is het voorbij
De zwermdrang zakt meestal na de langste dag, ergens eind juni. Sommige volken verrassen je in juli nog, vooral als het een goed jaar is, maar het wekelijkse ritme mag er dan af.
Tot die tijd is het simpel: elke zeven dagen, onderaan de ramen kijken, en materiaal klaar hebben.
Hoe pak jij de zwermtijd aan: deel je preventief, of wacht je tot je doppen ziet? Vertel het op het forum onder Koninginnen & Teelt. Iedereen doet dit net iets anders, en juist daar valt van te leren.
