Dit is les 5 van de 7. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.
Naar les 1: Welke kast je kiestLes 5 · De kast, je gereedschap en veilig werken
Bodem, vlieggat en ventilatie
3 min lezen


Twee kasten naast elkaar, dezelfde winter. De ene heeft binnen een schimmellaag op de zijwanden, de andere is kurkdroog. Zelfde volkgrootte, zelfde voer. Waar zit het verschil?
Meestal in de vochthuishouding, en die is meer dan ventilatie alleen.
Een bijenvolk produceert water. Bij het verteren van honing komt waterdamp vrij, en in de winter doet een volk dat maandenlang in een gesloten kast. Kan die damp er niet uit, dan slaat hij neer op de koudste plek, en dat is de wand. Vocht is voor een wintervolk een groter probleem dan kou: een droog volk overleeft vorst, een nat volk vaak niet.
Daarom hebben de meeste kasten tegenwoordig een open bodem met gaas. Dat lijkt tegen het gevoel in, maar voor een sterk en gezond volk hoeft het geen probleem te zijn: de bijen regelen de warmte vooral rond hun eigen en niet in de hele kast, en de damp kan intussen weg. Dat betekent niet dat tocht en afkoeling nooit meetellen. Bij een klein volk of een kast op een winderige plek is het wel degelijk iets om naar te kijken. Diezelfde bodem heeft nog een functie: je kunt er een lade onder schuiven, de , waarop je gevallen mijten kunt tellen. Er valt meer op dan mijten. Ook komt erop terecht: de kruimels was die bijen laten vallen wanneer ze hun voorraad aanvreten. In de winter verraadt dat waar de tros zit, zonder dat je de kast hoeft te openen.
Het is de voordeur, de nooduitgang en de ventilatieopening tegelijk. De grootte ervan is geen vaste instelling maar een keuze die met het seizoen meebeweegt. Een groot vlieggat is in de prettig, want er moet veel verkeer doorheen. Een klein vlieggat is beter voor een zwak volk of in de nazomer, wanneer begint: hoe kleiner de opening, hoe makkelijker de wachtbijen hem verdedigen.
In het najaar komt er nog iets bij. Muizen zoeken een warme, droge plek met eten, en een bijenkast is precies dat. Een muizenrooster voor het vlieggat laat bijen door en muizen niet. Plaats het voordat het koud wordt, niet erna, want dan zit de muis er al in.
Zo redeneert een ervaren imker bij een natte kast:
- 1.
Dit zie ik: schimmel op de zijwanden en natte plekken op de bodem in februari.
- 2.
Dit zegt mij: de damp die dit volk maakt kan er niet uit.
- 3.
Dit weet ik nog niet: of dat komt door de kast zelf of doordat hij te vlak staat.
- 4.
Daarom controleer ik: of de kast heel en waterdicht is, of hij iets voorover helt zodat water wegloopt, en hoe ventilatie en isolatie bij dit kasttype geregeld zijn.
- 5.
Op basis daarvan besluit ik: de bodem vrijmaken en de kast op een lichte helling zetten.
Een kast die iets voorover staat, laat condens naar buiten lopen in plaats van naar binnen. Dat is een kwestie van een houtje onder de achterkant, en het scheelt een volk een winter lang.
Even controleren of je het begrijpt
Twee kasten, dezelfde winter, even sterke volken en hetzelfde voer. In februari zit de ene vol schimmel op de zijwanden en is de andere kurkdroog. Waar zit het verschil meestal in?
Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.
