Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 6 van de 7. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: Wat je wilt weten voordat je opent

Les 6 · Een volk inspecteren

Volksterkte inschatten

3 min lezen

Twee broedkamers van bovenaf naast elkaar: links zitten bijen in een paar straatjes, rechts is vrijwel de hele bak bezet
Twee volken op dezelfde stand. Tel de straatjes waar bijen zitten.

Iemand vraagt hoe sterk je volk is. Je zegt: er zitten heel veel bijen in. Waarom is dat geen antwoord?

Omdat "veel" geen maat is die je over twee weken kunt terugleggen naast wat je vandaag zag.

Volksterkte schatten hoeft niet nauwkeurig te zijn, maar wel herhaalbaar. De maat die daarvoor het beste werkt is het aantal bezette : de ruimtes tussen de ramen waar bijen zitten. Je tilt het dak eraf, kijkt van boven in de kast en telt in hoeveel tussenruimtes je bijen ziet. Dat kost tien seconden, hoeft de kast niet uit elkaar te halen, en levert een getal op dat elke keer op dezelfde manier tot stand komt.

Dat getal zegt op zichzelf weinig. Vier bezette ramen eind maart kan uitstekend zijn voor een volk dat als kleine de winter in ging, en zorgelijk voor een volk dat in oktober op negen ramen zat. Het getal wordt pas informatie zodra je het ergens naast legt.

Er zijn twee vergelijkingen die het meeste opleveren. De eerste is met hetzelfde volk, twee of vier weken eerder. Groeit het, staat het stil, of loopt het terug? De tweede is met je andere volken op dezelfde stand. Die hebben hetzelfde weer, dezelfde en dezelfde week gehad, dus als er eentje achterblijft, ligt dat aan dat volk en niet aan de omstandigheden.

Die tweede vergelijking is de reden dat het gemakkelijker is om met twee volken te beginnen dan met één. Bij één volk heb je alleen je eigen herinnering om tegen af te zetten, en die is bij een terugkoppeling die maanden duurt geen betrouwbare bron.

Zo redeneert een ervaren imker bij een achterblijver:

  1. 1.

    Dit zie ik: vier bezette straatjes, terwijl de twee volken ernaast er negen en acht hebben.

  2. 2.

    Dit zegt mij: dit ligt aan dit volk, want het weer en de dracht waren voor alle drie gelijk.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: of het achterblijft door de koningin, door ziekte, of doordat het als klein volk begon.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: of er is, hoe het broedbeeld eruitziet, en wat mijn notities van vier weken terug zeggen.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: of dit volk hulp nodig heeft, of gewoon meer tijd.

Een zwak volk is trouwens geen mislukking. Het is een volk dat iets van je nodig heeft, en hoe eerder je weet wat, hoe meer keuzes je nog hebt.

Even controleren of je het begrijpt

Je telt bij een volk vier bezette ramen. Wanneer is dat een zorgelijk getal?

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.