Naar de inhoud
Imkerplein

Dit is les 5 van de 7. De lessen bouwen op elkaar voort, dus je haalt er het meeste uit als je bij het begin start.

Naar les 1: Wat je wilt weten voordat je opent

Les 5 · Een volk inspecteren

Ruimte en voorraad op het raam

3 min lezen

Doorsnede van een raam: broed in het midden, stuifmeel eromheen, honing als boog langs de bovenrand
Broed in het hart, stuifmeel eromheen, honing als boog

Je haalt een raam uit het midden van de . Broed tot vlak onder de bovenlat, geen honing te bekennen, en de bijen zitten dik op elkaar. Is dit een sterk volk of een probleem?

Allebei, en dat is precies waarom je naar de opbouw van een raam kijkt.

Een bijenvolk ordent zijn volgens een vast patroon, en dat patroon is opvallend constant. Broed in het hart, want daar is het het warmst en het makkelijkst op temperatuur te houden. Daaromheen een band , het eiwit waarmee de de larven grootbrengen, dus dat ligt binnen handbereik van het broed. En langs de boven- en zijranden de honing, als een boog over het nest heen.

Een broedraam waarop het gesloten broed in het midden ligt, omringd door een krans van stuifmeelcellen in geel, wit en zwart, met honing langs de bovenrand
Zo ziet die opbouw er in het echt uit. Foto: John Pons, Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0 (opent in een nieuw tabblad). Verkleind voor het web.

Die opbouw is zo betrouwbaar dat afwijkingen er meteen uitspringen. Reken er alleen niet op dat elk raam er precies zo uitziet: kasttype, seizoen en de ruimte die het volk heeft schuiven aan dat patroon. Ontbreekt de honingboog, dan wordt er sneller verbruikt dan aangevoerd. Ontbreekt het stuifmeel, dan kan het volk wel broeden maar niet voeden. En loopt het broed door tot in de hoeken, zoals in het raam hierboven, dan is er geen plek meer om iets weg te zetten.

Dat laatste is het punt waar ruimte een beslissing wordt. Een koningin die geen lege cel meer vindt, legt minder. die hun nergens kwijt kunnen, halen minder. En een volk dat geen kant meer op kan, gaat nadenken over . Ruimte geven is dus geen kwestie van netheid maar van doorlopen.

Kijk daarbij naar het hele volk en niet naar één raam. De vuistregel die de meeste imkers aanhouden: zijn zeven of acht van de tien ramen bezet en zit er broed tot aan de randen, dan is het tijd voor ruimte erbij. Wachten tot het echt vol is, is te laat, want de bijen zijn dan al aan het bouwen op plekken waar je ze niet wilt hebben.

Zo redeneert een ervaren imker bij dat volle raam:

  1. 1.

    Dit zie ik: broed tot in de hoeken, nauwelijks honing op de broedramen, en acht van de tien ramen goed bezet.

  2. 2.

    Dit zegt mij: dit volk groeit hard en heeft alles wat het heeft omgezet in bijen.

  3. 3.

    Dit weet ik nog niet: of er buiten genoeg te halen is om die groei vast te houden.

  4. 4.

    Daarom controleer ik: of er verse nectar in de bovenste cellen glinstert, en hoe de andere volken op deze stand ervoor staan.

  5. 5.

    Op basis daarvan besluit ik: vandaag ruimte erbij geven, en over een week kijken of die ook wordt gebruikt.

Ruimte te vroeg geven kost het volk warmte. Te laat geven kost je een zwerm. Daartussen zit maar een smalle marge, in de praktijk vaak niet meer dan een week, en daarom hoort deze vraag bij elke controle.

Even controleren of je het begrijpt

Je haalt een raam uit het midden en ziet broed in het hart, daaromheen een band gekleurde cellen, en langs de bovenrand een boog honing. Waarom ligt die band juist daar?

Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.