Les 1 · Honing oogsten
Wanneer honing rijp is
3 min lezen
Je is vol en het is eind juni. De ramen zien er prachtig uit. Kun je ?
Dat hangt er niet van af of de kamer vol is, maar of de honing droog genoeg is. En dat is geen kwestie van geduld maar van houdbaarheid.
Je weet uit de module over al waarom. Bijen sluiten een cel pas af als het vocht eruit is. Dat is dus geen versiering maar een verklaring van het volk zelf: dit is droog genoeg om te bewaren. Het is daarmee een sterke aanwijzing, maar geen voorwaarde. Bijen sluiten een cel pas als hij vrijwel vol zit, dus als de dracht stilvalt blijft er honing open staan die allang droog genoeg is. Onverzegeld betekent niet onrijp; het betekent dat je het nog moet vaststellen.
De vuistregel die de meeste imkers aanhouden: slinger pas als tweederde tot driekwart van het raam is. Voor het deel dat nog open staat is er een simpele test. Houd het raam horizontaal boven de kast en geef het een korte, stevige schud. Spat er uit, dan is het niet rijp. Blijft alles zitten, dan kan het mee.
Wie het zeker wil weten, meet. Een refractometer geeft het vochtgehalte, en dat is het enige echte antwoord. Rijpe honing zit onder de twintig procent water. Voor heidehoning ligt de grens hoger, op drieëntwintig procent, en de precieze eisen staan in de regelgeving. Voor alle gewone honing is twintig procent het getal waar je op stuurt.
Waarom het zo nauw luistert: boven die grens gaan gisten aan de slag. Gegiste honing schuimt, ruikt zurig en is niet meer te redden. Je gooit hem weg, en dat is zonde van een half seizoen werk van een volk.
Een laatste ding over timing, en het is het punt waar de meeste verwarring over bestaat. De vraag is niet of de dracht nog loopt, maar of déze honing rijp is. Tijdens een lopende dracht komt er voortdurend verse nectar bij, dus de kans dat er onrijpe cellen tussen zitten is groter. Dat is een reden om beter te kijken, niet om te wachten. Beoordeel per raam, neem mee wat klaar is, en laat hangen wat dat niet is.
Zo redeneert een ervaren imker bij een volle honingkamer:
- 1.
Dit zie ik: acht ramen die voor het grootste deel verzegeld zijn en twee die aan de onderkant nog open staan.
- 2.
Dit zegt mij: het meeste is klaar, maar die twee zijn dat waarschijnlijk niet.
- 3.
Dit weet ik nog niet: of wat er in die open cellen zit al droog genoeg is.
- 4.
Daarom controleer ik: die twee ramen met een korte schud boven de kast, en zo nodig met de refractometer.
- 5.
Op basis daarvan besluit ik: de acht verzegelde ramen meenemen en die twee nog een week laten hangen.
Even controleren of je het begrijpt
Je twijfelt of een raam rijp is en meet met een refractometer. Boven welk vochtgehalte kun je beter niet slingeren?
Maak een gratis account om deze les als afgerond te markeren.
